Om de productie voor de Voedselbank veilig te stellen willen we doorwerken zolang dat kan en mag. Maar wel binnen de grenzen en richtlijnen die de overheid stelt. Dus de hygiënevoorschriften van het RIVM strikt volgend.

  • We werken in kleine groepen tot maximaal 6 vrijwilligers, op 1,5 meter afstand van elkaar.
  • We organiseren meerdere werkmomenten, in de ochtend en in de middag. Zo kunnen we het werk verdelen en krijgen meerdere vrijwilligers de kans om te helpen.
  • De samenstelling van deze groepen houden we zoveel mogelijk gelijk. Want als mensen gaan wisselen tussen groepjes wordt het risico op besmetting groter.  
  • Er zijn duidelijke richtlijnen waar iedereen zich tijdens het werk aan moet houden. Dat zijn de hygiënevoorschriften van het RIVM aangevuld met richtlijnen specifiek voor de Stadslandbouw. Zoals bijvoorbeeld het gebruik van eigen persoonlijke handschoenen, je eigen eten en drinken meenemen en min. 1 stoel tussen jou en je mede-vrijwilligers als je pauzeert in de keet. 
  • Per groepje is er 1 coördinator die de werkzaamheden aanstuurt en die instructies krijgt over wat er gedaan moet worden
  • Na afloop schrijft deze coördinator op de flap in de keet wat er gedaan is. Zo houden we overzicht op de werkzaamheden.
  • Los van de werkmomenten op het veld zijn er ook een paar andere taken die door vaste vrijwilligers worden gedaan op andere momenten. Zoals het voeren van onze kat Shadow, technische klussen en water geven aan kiemplantjes.